Deze week werken alle groepen aan de volgende regel:





Opdracht:
Los onderstaande raadsels op. Tip: in de antwoorden vind je de regel van deze week.

-Hoe heet je kleinste vinger?
-Als je een boom omzaagt, blijft het onderste stuk staan. Hoe heet dit stuk?
-Als je veel schelpen of voetbalplaatjes bij elkaar hebt gezocht of gespaard of geruild, hoe noem je dat dan?
-Waar moet je vanaf springen om met een mooie kunst, bijvoorbeeld een salto, in het zwembad terecht te komen?
-Hoe kan het dat we op aarde adem kunnen halen?
-Hoe noem je een groep mensen die werken op een schip?
-Wat doe je elke ochtend aan?
-Welk deel van je lichaam heb je nodig om adem te kunnen halen?
-Bij welke sport gebruik je twee batjes en een balletje?
-Waar kan je op zitten?

Groep 5 en 6:
Bedenk zelf nog vier van dit soort raadsels. Het antwoord moet een woord zijn met de regel van de week.