Opdracht:

Bekijk de filmpjes.

Zoek in de krant of in een tijdschrift tien woorden die horen bij de regel van deze week. Voorbeeld: gezicht, verhaal, bedankt, handel, water, beren. Knip ze uit en plak ze op.

Onderstreep het stukje woord waar je een u hoort, maar een e schrijft: gezicht, verhaal, bedankt, handel, water en beren.