Opdracht:

Schrijf met tien van de volgende woorden een 'stiekem verhaal': bever, dwarrelen, stiekem, lepel, regenen, friemelen, kinderen, zinderen, mantel, donker, griezelen, glibberen, toveren, water, struikelen, modder, speeksel, braaksel, verwijderen, achtervolgen, bladeren, baksel, kapsel, hoofddeksel, wagen, keuken.

Onderstreep in jouw verhaaltje de klankgroep met de regel van de week er in.