Opdracht:
De volgende woorden staan in enkelvoud. Maak er meer van.
school -
kantoor -
kathedraal -
muur -
straat -
kasteel -
boor -
glas -
schuur -
dak -
raam -

Doe het zo:
heer - heren

Bedenk drie grappige zinnen met in elke zin twee woorden met de regel van deze week.
Bijvoorbeeld: De muren stoten hun hoofd tegen de daken van het huis.