Lees het onderstaande verhaal hardop...

  • Het was in de maand mei.
    Alle vogels leggen dan een ei.
    Toen zei het meisje:
    Kom, ik maak een reisje.
    Ik ben niet zo klein,
    Ik ga alleen met de trein.
    Ze kwam langs bos en hei
    en zag een koe in de wei.
    Een grote dikke kei
    lag midden in de vette klei.
    Onder een grote eik
    stond een witte geit.
    Ze zag een schip met een zeil
    en rotsen o zo steil
    Naast haar zat een vrouw die zei:
    Een trui is wat ik brei.
    Op deze trui komt een aardbei.
    Dat is een heel karwei.
    Toen aten ze allebei
    een kop soep met prei
    Aan het eind stopte de trein,
    op een station aan een plein.
    Daar stond de kapitein.
    Deze gaf haar een sein.
    Ze reisden in het geheim naar een eiland.
    Daar stond een groot paleis midden in een weiland.
    Hier woonde de keizer en de kapitein zorgde voor het terrein.
    Er was ook een man met in het haar een scheiding.
    Die had in het paleis de leiding.
    Iedereen had een teil met eigen dweil.
    De keizer dacht: O, wat geinig.
    Leuke meisjes zie ik hier maar weinig.
    Hoe gaat het met uw gezondheid, Majesteit?
    Ik heb voor u een pleister van goede kwaliteit.
    Nu ga ik aan de arbeid en neem ik afscheid.
(Bron: www.beetjespellen.nl)

Opdracht:
Dit verhaal vinden juf Janette en meester Sjoerd niet zo leuk.
Schrijf daarom een eigen verhaaltje en wees creatief!

Groep 4: gebruik in jouw verhaal minimaal tien ei-woorden.
Groep 5: gebruik in jouw verhaal minimaal vijftien ei-woorden.
Groep 6: gebruik in jouw verhaal minimaal twintig ei-woorden.

Veel plezier!